🌐 NL

⚡ Ohm's wet-rekenmachine

Voer willekeurig 2 waarden in van spanning (V), stroom (I), weerstand (R) en vermogen (P), en deze rekenmachine leidt de andere 2 direct af met Ohm's wet (V=IR) en de vermogensformule (P=VI).

Vul slechts 2 van de 4 velden in. De andere 2 worden automatisch berekend.

Resultaten
Spanning (V)
Stroom (I)
Weerstand (R)
Vermogen (P)
Ohm's wetwiel
V V = I×R V = P/I V = √(P×R) I I = V/R I = P/V I = √(P/R) R R = V/I R = V²/P R = P/I² P P = V×I P = I²×R P = V²/R
GIDS

Meer lezen

01

Wat is Ohm's wet?

Ohm's wet is de meest fundamentele relatie tussen spanning (V), stroom (I) en weerstand (R) in een elektrisch circuit.

V = I × R

Met andere woorden: spanning is gelijk aan stroom vermenigvuldigd met weerstand. Door de formule om te schrijven krijg je ook stroom (I = V ÷ R) en weerstand (R = V ÷ I). Voor het eerst gepubliceerd door de Duitse natuurkundige Georg Ohm in 1827, blijft het vandaag het uitgangspunt voor elektronica en circuitontwerp.
02

Vermogensformules (P=VI, P=I²R, P=V²/R)

Vermogen (P) is de energie die per tijdseenheid wordt verbruikt en kan op drie manieren worden berekend:

P = V × I (spanning × stroom)
P = I² × R (stroom in het kwadraat × weerstand)
P = V² ÷ R (spanning in het kwadraat ÷ weerstand)

In combinatie met Ohm's wet (V=IR) kun je met elk 2 van V, I, R, P de andere 2 afleiden. Deze rekenmachine kiest automatisch de juiste formule op basis van welke waarden je invoert (V-I, V-R, V-P, I-R, I-P, R-P).
03

Praktisch voorbeeld van Ohm's wet

Als je bijvoorbeeld een weerstand van 6Ω aansluit op een batterij van 12V, dan is de stroom I = V ÷ R = 12 ÷ 6 = 2A en het opgenomen vermogen P = V × I = 12 × 2 = 24W.

Ohm's wet wordt in de praktijk veel gebruikt: voor het kiezen van weerstandwaarden, het dimensioneren van zekeringen en het ontwerpen van bekabeling. Het berekenen van spanningsval over de lengte en dikte van een draad vereist echter naast Ohm's wet ook de soortelijke weerstand van de geleider. Dat valt buiten deze rekenmachine en komt aan bod in een aparte spanningsvalrekenmachine.

Veelgestelde vragen

Waarom voer ik maar 2 waarden in?
V, I, R en P zijn wiskundig aan elkaar gekoppeld, dus met elk 2 waarden kan Ohm's wet (V=IR) en de vermogensformule (P=VI) de andere 2 precies afleiden. Als je 3 of meer waarden invoert, kunnen er tegenstrijdige waarden ontstaan, daarom is de invoer beperkt tot precies 2.
Hoe wordt vermogen (P) berekend?
De basisformule is P = V × I. Afhankelijk van welke waarden je opgeeft, leidt de rekenmachine P af via P = I²R of P = V²/R. Als je bijvoorbeeld I en R invoert, wordt eerst V = I×R berekend, daarna P = V×I.
Wanneer treedt een deling-door-nul-fout op?
Als weerstand (R) 0 is of stroom (I) 0 in een combinatie die delen door die waarde vereist (bijv. I en V afleiden uit R en P), is de berekening wiskundig ongedefinieerd en verschijnt er een foutmelding.
Berekent dit ook spanningsval?
Nee. Deze rekenmachine behandelt alleen de kernrelaties V=IR en P=VI. Spanningsval over draadlengte en draaddikte vereist extra variabelen, zoals de soortelijke weerstand van de geleider, en wordt in een aparte rekenmachine aangeboden.